Over mijn blog

Welkom op mijn weblog!

Hier schrijf ik over mijn bezigheden, als onderwijskundige op het gebied van ICT in het academisch onderwijs. Tot eind 2009 was ik werkzaam voor de TU Delft, sinds 2010 ben ik werkzaam als Educational Technologist aan de Universiteit van Tilburg. Ik post hier regelmatig mijn 'gedachtekronkels' op het gebied van onderwijs. Schroom niet om een reactie te plaatsen op mijn weblog.


"Tell me and I forget, show me and I remember, involve me and I understand."

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Ambities voor Hoger onderwijs

In de Strategische agenda voor het Hoger onderwijs-, onderzoek- en wetenschapsbeleid (november 2007) worden enkele ambities vanuit de overheid op deze gebieden geschetst en verdiept, voor de komende jaren. Men streeft hierin naar; een ambitieuze studiecultuur en een excellent onderzoeksklimaat.

In het kader van mijn vakgebied/interesse ga ik hier verder in op de ambities op het gebied van het (Hoger) onderwijs. Ik heb geprobeerd om het een en ander samen te vatten:

Volgens de agenda is de centrale uitdaging voor ons hoger onderwijs (zowel bij studenten, docenten, instellingen als de overheid) het creëren van een ambitieuze studiecultuur: op basis van wederzijdse verplichtingen.
Met ‘studiecultuur‘ wordt hier bedoeld het samenspel van enerzijds studiemotivatie, inzet en houding van studenten, verbondenheid met de opleiding en een gezonde vorm van prestatiegerichtheid en anderzijds de inspanningen van de opleidingen om deze kenmerken maximaal te bevorderen.

Belangrijke punten die in de agenda naar voren komen zijn:

Groter aandeel van hoger opgeleiden in de beroepsbevolking
De basis van een gezonde kenniseconomie is een goed opgeleide beroepsbevolking. Om een succesvolle deelname aan de kennisintensieve samenleving te verhogen, moeten meer mensen hoger opgeleid worden. Dit zal gerealiseerd moeten worden door de doorstroom naar het HO te bevorderen en uitval te voorkomen (na 10 jaar blijkt bijvoorbeeld 30% van de studenten geen einddiploma te hebben), studiesucces allochtone studenten bevorderen (benut al het potentieel in de samenleving) en het bevorderen van werkenden om Hoger onderwijs te volgen (leven lang leren en EVC).
Zeer belangrijk is dat bij het streven naar meer hoger opgeleiden, geen concessies worden gedaan op het niveau en de kwaliteit van het onderwijs.

Bevorderen van kwaliteit en excellentie in onderwijs
Streven naar onderwijs op hoog niveau, dat studenten uitdaagt het beste uit zicht te halen. Het onderwijs moet studenten opleiden tot innovatieve, ondernemende en internationaal georiënteerde beroepsoefenaars. Hierbij moeten volop mogelijkheden worden gecreëerd voor toptalent in het onderwijs (en onderzoek).
De kwaliteitsagenda’s van het WO en het HBO zijn erop gericht studenten meer te enthousiasmeren, uit te dagen en te binden aan de onderwijsomgeving, zodat hun prestaties verbeteren en uitval wordt voorkomen.
Kleinschaligheid van de onderwijsomgeving en intensieve studiebegeleiding (blijkend uit het aantal contacturen en de staf/studentratio) is daarvoor een voorwaarde. Keerzijde is dat instellingen scherpe afspraken met studenten maken over studie-inzet en studievoortgang. Op die manier zullen studenten gemotiveerder raken en minder uitvallen. De studenten krijgen meer mogelijkheden (en begeleiding) om een betere studiekeuze te maken en binnen de studie kritisch te zijn op de onderwijskwaliteit.

Differentiatie
Differentiatie speelt een belangrijke rol. Een groot deel van de studenten wil meer uitdaging. Veel studenten voelen zich namelijk niet uitgedaagd door hun studie. Vergeleken bij andere EU-landen laat het studiegedrag van de Nederlandse studenten behoorlijk te wensen over. Zo’n 25-30% van de studenten heeft behoefte aan ambitieus (excellent) onderwijs. Nodig is dus meer differentiatie tussen en binnen opleidingen: naast een brede basiskennis is meer uitdaging nodig voor toptalent en meer structuur/ondersteuning voor de huidige uitvallers.

Aansluitingsproblematiek
Een ambitieuze studiecultuur die pas start na de poort van het Hoger onderwijs, begint eigenlijk te laat. Ook in het voortgezet –en beroepsonderwijs kunnen leerlingen meer aangemoedigd worden om het beste uit zichzelf te halen. Dit is bevorderlijk voor de doorstroming naar het Hoger onderwijs. Doorstromers uit het MBO en VO moeten goed voorbereid zijn op het vervolg van hun studieloopbaan in het hoger onderwijs (dit zal positief kunnen werken op het studiesucces en het voorkomen van vroegtijdige uitval). Kwaliteit van het Hoger onderwijs wordt mede bepaald door de kwaliteit van de instromende studenten.

Internationale mobiliteit
De mobiliteit van Nederlandse studenten is relatief laag en zou hoger kunnen. Maar ook de mobiliteit van promovendi en docenten kan aanzienlijk verhoogd worden. Internationale mobiliteit van studenten en docenten draagt niet alleen bij aan een internationale leeromgeving, maar ook aan een ambitieuze studiecultuur. De aanwezigheid van buitenlandse studenten heeft vaak positieve effecten op het studiegedrag van Nederlandse studenten. (Meeneembare studiefinanciering en HSP-beurzenprogramma’s zijn instrumenten daarvoor.)

Kennis en praktijk samenbrengen
Er wordt in Nederland veel kwalitatief hoogstaand onderzoek uitgevoerd, maar het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties blijken slechts beperkt gebruik te maken van deze kennis (men noemt dit ook wel de kennisparadox).
Verbindingen tussen onderwijs en werkgevers moeten versterkt worden. Een uitstekende samenwerking tussen het onderwijs en werkgevers kan het onderwijs beter maken en het beroep leuker. Samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en bedrijfsleven (lokaal en nationaal) zouden gestimuleerd moeten worden.
Daarnaast wordt door deze samenwerking toepassing van hoogwaardige kennis mogelijk en groeit het innovatievermogen van het beroepenveld. Hoger opgeleiden moeten bruggen slaan tussen kennis en praktijk. Het is daarom nodig het ondernemend en onderzoekend vermogen van studenten te versterken.

Aandacht voor de professionele docent
Onderwijs gaat niet alleen om de hoeveelheid contacturen, maar ook om de kwaliteit daarvan. Goed onderwijs staat of valt met de inzet van de docent. Een inspirerende en geïnspireerde docent maakt hier zeker een verschil. Dit vraagt dus om goede lerarenopleidingen en meer belangstelling voor het beroep van leraar. Op de universiteiten moeten docenten veel meer gewaardeerd en geschoold worden voor het onderwijs dat ze geven en niet alleen maar voor hun onderzoek. Bureaucratie die ten koste gaat van het primaire proces van onderwijs en onderzoek moet worden tegengegaan.

Wat kan dit voor de TU Delft betekenen?

Het creëren van een ambitieuze studiecultuur: Ik denk dat de TU Delft hiertoe al behoorlijk goed op weg is. Ambitieuze projecten zijn er genoeg zoals, Open Course Ware, Colleges online (Collegerama), gebruik van Social Software, de plannen rondom het Learning Centre, de totale herziening van de Campus; Mekelpark.

Aandacht voor de professionele docent. Op de TU Delft wordt ook steeds meer aandacht geschonken aan de onderwijstaken van een docent middels het BKO traject. Maar ook een project als Grassroots, stimuleert docenten om gebruik te maken van (en zich te professionaliseren in) ICT ter ondersteuning van het onderwijs.

In het kader van intensieve studiebegeleiding zou men op de TU Delft meer gebruik kunnen maken van portfolio’s. Middels een ontwikkelings(begeleidings)portfolio kan de student zijn studeergedrag verwoorden, de ontwikkeling hierin bijhouden en delen met zijn begeleider. Dit kan aan de ene kant leiden tot een bewuster studeergedrag bij de student; wat bevorderlijk is voor het maken van doordachte keuzes tijdens de studie en wellicht positief voor de studieresultaten. Aan de andere kant blijven begeleiders beter op de hoogte van hun studenten en kunnen zij hun begeleiding hierdoor gerichter uitvoeren. (Op welk niveau zit de student?, Wat weet hij/zij al uit eerdere vakken/ervaringen?, Waar heeft de student moeite mee? Etc.)

Be Sociable, Share!

Leave a Reply

© 2011 TU Delft