Over mijn blog

Welkom op mijn weblog!

Hier schrijf ik over mijn bezigheden, als onderwijskundige op het gebied van ICT in het academisch onderwijs. Tot eind 2009 was ik werkzaam voor de TU Delft, sinds 2010 ben ik werkzaam als Educational Technologist aan de Universiteit van Tilburg. Ik post hier regelmatig mijn 'gedachtekronkels' op het gebied van onderwijs. Schroom niet om een reactie te plaatsen op mijn weblog.


"Tell me and I forget, show me and I remember, involve me and I understand."

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Stand van educatief Nederland 2009

In de Stand van educatief Nederland 2009, maakt de Onderwijsraad (een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919 en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied van het onderwijs) de balans op van het onderwijsbeleid van de afgelopen 4 jaar. Vanuit zijn analyse probeert de Onderwijsraad enkele sterke en zwakke punten aan te wijzen om vervolgens aanbevelingen te doen voor toekomstig beleid.

Enkele punten die de Onderwijsraad noemt:

  • Internationaal gezien doet de Nederlandse leerling het zeker niet slecht (we zitten in de subtop), maar Nederland is de afgelopen jaren wel gezakt op enkele ranglijsten.
  • Het aantal leerlingen met een laag niveau van leesvaardigheid is de laatste jaren gegroeid.
  • De wiskundeprestaties (van vooral meisjes) zijn de afgelopen tien jaar gedaald.
  • De resultaten van toetsen van de taal- en rekenvaardigheden van eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs zijn ook een reden tot zorg.
  • De toename van ‘uitwijkonderwijs’ duidt op een zekere mate van ontevredenheid met het reguliere onderwijs. (Leerplichtige leerlingen verlaten dan het reguliere onderwijs, en ‘wijken uit’ naar bijvoorbeeld private scholen, en onderwijs in België of Duitsland. Een andere vorm van uitwijken is het gebruikmaken van aanvullende vormen van onderwijs door bijvoorbeeld huiswerkinstituten, die de afgelopen jaren sterk gegroeid zijn.)
  • In reactie op de prestaties van Nederlandse leerlingen in internationale peilingen is er meer nadruk gekomen op het belang van taal en rekenen als onderdeel van de kwalificerende functie van het onderwijs. Daarnaast is aandacht voor de socialiserende functie van het onderwijs van belang; de aandacht voor burgerschap is nog steeds onderontwikkeld in het onderwijs.
  • Allochtone Nederlandse leerlingen presteren relatief goed in vergelijking met hun leeftijdgenoten in België en Duitsland. Toch hebben allochtone Nederlandse leerlingen nog steeds een forse achterstand op autochtone leerlingen. Vooral de uitval onder allochtone Nederlandse studenten is op dit moment nog erg groot.
  • De lijn van autonomievergroting in het onderwijs is de afgelopen jaren doorgezet. Bij deze autonomievergroting past ook de grote keuzevrijheid die er in het Nederlands onderwijs van oudsher bestaat. De overheid stelt op wel op steeds meer gebieden de centrale randvoorwaarden vast, maar heeft door de autonomievergroting, toch minder manieren om richting te geven dan voorheen.
  • De publieke uitgaven aan onderwijs zijn internationaal nog steeds relatief laag en ook de private inbreng is te bescheiden. Het totaal aan bestedingen voor het onderwijs kan gezien de opbrengsten (individueel en maatschappelijk) hoger, zowel publiek als privaat.
  • De ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben aanleiding gegeven tot een behoorlijk opgelaaide discussie over onderwijs (o.a. commissie-Dijsselbloem). Positief is dat door de discussie over onderwijs, veel meer mensen op de hoogte zijn van wat jongeren leren op school. De belangstelling van de samenleving voor het onderwijs is momenteel dus wel groot, maar wordt deels bepaald door een negatieve beeldvorming.

In de ogen van de raad zou het goed zijn als er een nieuwe maatschappelijke identificatie met onderwijs ontstaat. Zorgen voor goed onderwijs wordt dan meer dan nu een verantwoordelijkheid van alle burgers. Ten aanzien van het oppakken van de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor onderwijs heeft de raad vijf aanbevelingen geformuleerd:

1. Meer publiek en privaat geld nodig
Om de geformuleerde ambities te realiseren is er een ruimer budget nodig voor onderwijs. De prioriteit voor de extra publieke investeringen zou volgens de raad moeten liggen bij het voortgezet onderwijs (waar per leerling in vergelijking weinig geld wordt uitgegeven) en bij de kleuteronderwijsperiode (3- tot 5-jarigen). De extra private investeringen kunnen alle onderwijssectoren, en vooral het hoger onderwijs, ten goede komen.

2. Breng enkele passende centrale elementen tot ontwikkeling
Het is zaak de overheid niet betekenisloos te laten zijn binnen de vanouds decentrale opzet, en binnen de gedecentraliseerde inrichting enkele passende centrale elementen tot ontwikkeling te brengen. Voor uitwisseling van informatie, ervaringen en inzichten inzake de onderwijsbekostiging per sector en over de sectoren van het onderwijs heen stelt de Onderwijsraad voor om een Landelijke Expertisegroep Onderwijsbekostiging in te stellen en een Landelijk Forum Onderwijshuisvesting in te richten.

3. Onderwijsinhoud in het centrum van de aandacht
Een goede manier om de betrokkenheid bij onderwijs te stimuleren is het voeren van een debat over de inhouden van ons onderwijs. In dit debat kan worden nagedacht over wat ‘wij’ belangrijk vinden dat iemand leert op school. Het zou mooi zijn als daarbij meer mensen betrokken zijn en op die manier blijk geven van een diepgaande belangstelling voor onderwijs.

4. Concept van Uitgebreid Onderwijs (UO) als uitgangspunt van beleid
Scholen en andere onderwijsinstellingen spelen bij het leren een belangrijke rol, maar leren en onderwijs vinden op veel meer plekken en tijden plaats dan alleen gedurende de formele schooltijd. De effectieve leertijd van leerlingen kan worden verruimd en geïntensiveerd door onderwijsinstellingen zelf (verlengde schooldag, verlengde schoolweek, plusklassen, honourstrajecten, Studium Generale) én door andere organisaties, zoals huiswerkinstituten. (Dit samenspel van leren vat men samen onder de noemer: Uitgebreid Onderwijs.)

5. Zorg voor een grotere identificatie van maatschappelijke voorhoedes met onderwijs
Ten slotte beveelt de raad aan ervoor te zorgen dat onze voorhoedes op alle maatschappelijke terreinen zich meer interesseren voor en identificeren met onderwijs, zodat het voor deze mensen makkelijker wordt om enige verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties op zich te nemen.


Hoe denk ik hier over?

Het is natuurlijk goed dat de Onderwijsraad het onderwijsbeleid met enige regelmaat analyseert en de sterke en zwakke kanten aan het licht brengt. Ik kan me ook wel vinden in de wens naar een grotere maatschappelijke betrokkenheid bij het onderwijs. Van goed onderwijs heeft uiteindelijk iedereen profijt en vraagt dus logisch gezien ook om een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Al vraag ik me wel af hoe ver je moet gaan in het betrekken van zoveel mogelijk mensen bij beslissingen in het onderwijs. Het is goed dat iedereen zijn zegje kan doen, maar hoe meer mensen in een beslisproces worden betrokken hoe moeilijker het vaak is om tot een uiteindelijke beslissing te komen. En beslissingen in het onderwijs duren over het algemeen al erg lang (we moeten ook niet verzanden in eeuwige discussies). Dit vraagt dus om een zeer efficiënte (en effectieve) organisatie.

Niet alleen privé heeft men dus profijt van goed onderwijs (persoonlijke ontwikkeling, kennis, vaardigheden, baanperspectief etc.), maar zeker ook nationaal (de heersende kenniseconomie vraagt steeds meer om goed en breed geschoold personeel) en internationaal gezien (concurrentie positie van ons land tov de rest van de wereld). Doordat met name de private sector ook profijt heeft van goed onderwijs, zou je dus ook mogen verwachten dat zij hierin het nodige investeren. De Onderwijsraad geeft al aan dat zowel de publieke als private bekostiging van onderwijs omhoog zou moeten.

Willen we dat bedrijven steeds meer gaan investeren in onderwijs en dit als hun maatschappelijke verantwoordelijkheid gaan zien, dan zullen bedrijven ook willen weten wat het hen oplevert (kosten versus baten, blijft een leidend (en logisch) principe bij investeringen). Ik ben benieuwd hoe we dit moeten aanpakken om meer private middelen binnen te halen voor het onderwijs? Gaan we bedrijven die in onze instelling investeren dan ook zeggenschap geven? Goed overleg en afspraken tussen onderwijs en bedrijfsleven is dus onontbeerlijk.

Be Sociable, Share!

Leave a Reply

© 2011 TU Delft