Over mijn blog

Welkom op mijn weblog!

Hier schrijf ik over mijn bezigheden, als onderwijskundige op het gebied van ICT in het academisch onderwijs. Tot eind 2009 was ik werkzaam voor de TU Delft, sinds 2010 ben ik werkzaam als Educational Technologist aan de Universiteit van Tilburg. Ik post hier regelmatig mijn 'gedachtekronkels' op het gebied van onderwijs. Schroom niet om een reactie te plaatsen op mijn weblog.


"Tell me and I forget, show me and I remember, involve me and I understand."

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Posts in category Discussie

Vervolg visie: Mobile Learning

Wereldwijd is er een enorme groei zichtbaar in het gebruik van mobiele telefoons icm mobiel internet (Smartphones, Iphone etc.). Ook andere meer mobiele devices zoals de Ipad, HP slate en bijvoorbeeld ook e-bookreaders zijn momenteel erg populair. Steeds meer worden deze devices in het onderwijs toegepast (de echte leereffecten zijn nog niet zo bekend; het is allemaal nog in opkomst. Maar er zijn wel veel positieve geluiden). Maar vergeet niet dat ook de ‘gewone’ laptop en netbooks ook nog steeds in opkomst zijn in het onderwijs.

In de toepassing van deze devices en/of technieken in het onderwijs zie ik erg veel toekomst. Het biedt onderwijs meer flexibiliteit; any where, any place, any time online en kunnen beschikken over content (natuurlijk digitaal). Daarnaast vormen al deze mobiele devices; nieuwe mogelijkheden om ook zelf content te produceren. (Meer en meer worden we prosumers.).

Door het vele gebruik van mobiel internet zie je dat steeds meer mensen dit ook ‘gewoon’ gaan vinden. Ook onze studenten (huidige en zeker aankomende studenten) zijn steeds meer gewend aan het te allen tijde online kunnen zijn en te beschikken over hun content en informatie bronnen.  (Er wordt zelfs al gesproken over de WIFI-generatie).
Als onderwijsinstelling moet je hier op inspelen, niet alleen aansluiten bij je huidige generatie studenten, maar zeker ook future proof zijn.

Persoonlijk vind ik ook dat je als ‘moderne’ Universiteit je moet profileren naar buiten toe; ga met je tijd mee. Wees zeker niet bang om te experimenteren (we opereren toch in de wereld van de wetenschap?) Je hoeft niet perse een pioniersfunctie in te nemen, maar loop vooral niet achter.

Vervolg visie: Online (distance) learning / Blended learning

Er gebeurt natuurlijk erg veel online; ook onderwijs gaat steeds meer online. Dat kan om diverse redenen gewenst zijn zoals:

  • Meer flexibiliteit en efficiëntie in leren (qua tijden, maar ook locaties); door online onderwijs aan te bieden ben je minder afhankelijk van fysieke plaatsen en vaste tijden.
  • Mobiliteit van de student (mede door bologna-verklaring is het gemakkelijker om elders te studeren zoals in buitenland). Doordat de studenten niet altijd fysiek op dezelfde plaats zijn is het soms nodig om onderwijs online aan te bieden.
  • Massificatie van het onderwijs; zeker in Nederland zien we een groei van het aantal studenten, met als gevolg te weinig fysieke ruimtes (te kleine zalen) voor de colleges. Ook hier kan het (deels) online aanbieden van onderwijs uitkomst bieden.
  • Aansluiten bij behoeften van nieuwe generatie studenten. Ik geloof niet zo in een hele strikte scheiding in generaties jongeren. Maar de huidige generatie jongeren is wel opgegroeid en daarmee wellicht meer gewend geraakt aan technieken zoals (mobiel)internet, mobiele telefoon etc.

Naast de genoemde social software en social networking sites, zie ik hier veel in het intensiever gebruiken van de ELO (zoals Blackboard). Voor studenten is het prettig dat zij één plaats (in ieder geval als startpunt) hebben waar zij alles tbv hun onderwijs kunnen vinden. Natuurlijk is hier een ‘gezonde’ mix van online dan wel fysiek onderwijs van belang (Blended learning). Keuzes hierin is natuurlijk erg afhankelijk van de doelgroep, vakinhoud, noodzaak etc. De noodzaak van online gaan met onderwijs kan nogal eens verschillen. Als studenten bv in het buitenland verblijven en dus niet zomaar naar de onderwijsinstelling kunnen komen dan is de noodzaak om online te gaan veel groter dan bv wanneer de studenten gewoon in het land van de instelling verblijven. Als de noodzaak groot is, wordt de inzet van online onderwijs veelal ook krachtiger en intensiever gebruikt.

Vervolg visie: Samenwerkend leren (netwerk leren)

Meer en meer moeten we samen gaan werken. Zeker door de komst van het internet is de hoeveelheid informatie enorm gegroeid. Daarbij is ook de livespan van informatie (kennis) verkort. Dit betekent dat je als individu steeds minder ‘alles’ kunt weten. Er is zoveel kennis, dat dit steeds meer verdeeld onder ons aanwezig is. Door samen te werken (al dan niet in netwerken) kunnen we uiteindelijk onze kennis bundelen (twee weten immers meer dan een).

Er komen steeds meer technieken beschikbaar om het samenwerken te ondersteunen. Diverse social software (wiki’s, blogs, microblogs (twitter), Pod- en Vodcasts) bieden middelen om informatie (samen) te produceren en te delen. Discussie fora bieden ruimte om online discussies te voeren (vaak meer gestructureerd dan bv via chat).
Sociale netwerken (FaceBook, Hyves, LinkedIn etc.) worden ook meer en meer gebruikt, doordat mensen behoefte hebben om elkaar online te kunnen vinden met als voornaamste doel delen van informatie (daar buiten gelaten hoe (ir)relevant die informatie soms is).

Bij samenwerken is feedback erg belangrijk. Dit kan gericht zijn op elkaars producten of op groepsprocessen (hoe is de samenwerking verlopen; meelifters en/of uitblinkers?). Maar natuurlijk ook feedback in de vorm van (zelf)reflecties. Ter ondersteuning van deze (peer) feedback kun je gebruik maken van speciale feedbacksystemen.

Daarnaast zie ik ook veel in Open Content (denk aan Open Course Ware; OCW); steeds meer onderwijs content wordt ‘gratis’ aangeboden. Er vindt meer en meer uitwisseling van informatie plaats. Je bereikt hiermee een bredere doelgroep en wellicht ook andere doelgroepen. Ik zie als voordeel van OCW vooral de kwaliteitslag van onderwijs die het kan veroorzaken. Doordat men onderwijs online ‘open’ zet en dus breder beschikbaar maakt, zorgt men wel dat dit van een behoorlijke kwaliteit is (er is altijd wel een naam aan verbonden; docent, instelling, onderzoeksgroep etc.). Daarnaast kunnen er ook verbeteringen (suggesties, opmerkingen, aanvullingen) komen vanuit de gebruikerskant.

Vervolg visie: Digitalisering onderwijs (niet perse online)

In het algemeen kunnen we wel stellen dat het digitale aspect ruimschoots aanwezig is in ons onderwijs. Zeker met de komst van de Elo/dlo (electronische / digitale leeromgeving) is het onderwijs steeds meer gedigitaliseerd. Steeds meer onderwijs content komt digitaal beschikbaar (al dan niet online). Daarbij is het natuurlijk vooral belangrijk dat deze content goed beheersbaar (opslag, delen, uitdragen) en doorzoekbaar is (content management).

Ook toetsen gebeurt steeds vaker digitaal (bv vanuit Blackboard of diverse digitale toetsprogramma’s). Merendeel wordt digitaal toetsen ingezet in een meer formatieve vorm (oefenen, tussentijdse toetsen, diagnostische toetsen etc.). Summatief toetsen (zoals tentamens) gebeurt nog in mindere mate digitaal. Vooral beveiligingsaspecten zijn hier debet aan. Maar ook hier zijn volop ontwikkelingen te zien, zoals toetsen in een beschermde omgeving (vb: lockdown browser icm Blackboard).
Bij met name distance learning kan het ook nodig zijn om toetsen op afstand af te nemen (als studenten niet fysiek op een plaats kunnen zijn). Daarnaast biedt digitaal toetsen ook voordelen op gebied van efficiëntie (vooral geautomatiseerd nakijken, genereren van verschillende versies van een toets, itembank etc.).

Visie op (ICT in het) Onderwijs

Onlangs heb ik enkele zaken op ‘papier’ gezet, op het gebied van onderwijs en ICT die ik belangrijk acht voor een onderwijsinstelling (in dit geval mijn huidige werkgever de Universiteit van Tilburg) in de nabije toekomst. Daarmee heb ik zo’n beetje mijn visie op het onderwijs en ICTO geschreven. Het leek me wel aardig om dit op mijn weblog te plaatsen, aangezien dit tegenwoordig een ondergeschoven kindje begint te raken. Dit alles sinds ik twitter ben gaan gebruiken (ik ben dus regelmatig op twitter te vinden: @gerwinpols).

Ik kwam uit op de volgende domeinen die ik in een paar post zal uitwerken:

Hieruit volgen dan de volgende belangrijke technieken / devices:

  • Smartphones / Iphone icm mobiel internet
  • Digitale content (tekst, afbeeldingen, video etc.) Extra aandacht voor video content (opnemen colleges, weblectures etc.)
  • Content management system (vanwege toename digitale content)
  • Social Software: wiki’s, blogs, microblogs (twitter), Pod- en Vodcasts
  • Samenwerkingsomgevingen (specifiek doel; samen informatie maken en delen)
  • Social networking sites
  • Blackboard (Elo beter benutten)
  • E-bookreader (in mindere mate gezien de huidige technische ontwikkelingen op gebied van de schermen nu erg aan verandering onderhevig zijn)
  • Open Content (Open course ware; speelt op de UvT nog niet echt volgens mij, maar is wel een ontwikkeling die we in de gaten moeten houden. De activiteiten van de TU Delft zijn hier in Nederland een mooi voorbeeld van).

Onderwijs in de 21e eeuw

Een mooi filmpje die de toekomst van het onderwijs beschrijft, met aandacht voor zaken als, (mobiele) technologie, personalisatie, veranderende rol docent en student, betrokkenheid omgeving (community) etc. Volgens mij bevat dit filmpje zeker de kern van waar we met ons onderwijs heen moeten.

YouTube Preview Image

Aanvullend dit filmpje van Michael Wesch (Dit presenteerde hij ook tijdens de Online Educa Berlijn 2008)

A Vision of Students Today: a short video summarizing some of the most important characteristics of students today how they learn, what they need to learn, their goals, hopes, dreams, what their lives will be like, and what…

YouTube Preview Image

Is dit de toekomst van ICT in het onderwijs?

De wereld van de informatie technologie is erg dynamisch en vaak voor het onderwijs maar moeilijk bij te houden. Steeds meer technische snufjes worden op de markt gebracht. Het een is bruikbaarder dan het andere in het onderwijs. In een van mijn feeds (onderwijsnieuwsdienst) kwam ik toch wel iets opmerkelijks tegen: De robot lerares, ontwikkeld door de Japanse professor Hiroshi Kobayashi. Het eerste experiment na 15 jaar onderzoek met de unieke robotlerares bleek een succes te zijn.

" Voor een echte klas gedroeg Saya zich als een lereares van vlees en bloed, die verrast kan kijken, boos zijn en zelfs afwezigheden registreren. Bijkomend voordeel is dat de robotlerares polyglot is: ze spreekt dus veel talen. "

" De robot bevat 18 motoren die heel wat expressies kunnen uitdrukken, gaande van blijdschap, verrassing, angst, afkeer en verdriet tot zelfs woede. "

Gelukkig hebben ze de robot wel een latex masker gegeven, anders zou je denken dat de Terminator voor de klas staat (tja dan weet je wel zeker dat de leerlingen goed opletten). Zie hier enkele foto’s. Ik vraag me toch echt af of dit dan de toekomst is van ICT in het onderwijs?  Dit is niet meer ondersteunend, maar vervangend. We zouden ons dan meteen moeten afvragen hoever we willen gaan met ICT in het onderwijs?

Stand van educatief Nederland 2009

In de Stand van educatief Nederland 2009, maakt de Onderwijsraad (een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919 en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied van het onderwijs) de balans op van het onderwijsbeleid van de afgelopen 4 jaar. Vanuit zijn analyse probeert de Onderwijsraad enkele sterke en zwakke punten aan te wijzen om vervolgens aanbevelingen te doen voor toekomstig beleid.

Enkele punten die de Onderwijsraad noemt:

  • Internationaal gezien doet de Nederlandse leerling het zeker niet slecht (we zitten in de subtop), maar Nederland is de afgelopen jaren wel gezakt op enkele ranglijsten.
  • Het aantal leerlingen met een laag niveau van leesvaardigheid is de laatste jaren gegroeid.
  • De wiskundeprestaties (van vooral meisjes) zijn de afgelopen tien jaar gedaald.
  • De resultaten van toetsen van de taal- en rekenvaardigheden van eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs zijn ook een reden tot zorg.
  • De toename van ‘uitwijkonderwijs’ duidt op een zekere mate van ontevredenheid met het reguliere onderwijs. (Leerplichtige leerlingen verlaten dan het reguliere onderwijs, en ‘wijken uit’ naar bijvoorbeeld private scholen, en onderwijs in België of Duitsland. Een andere vorm van uitwijken is het gebruikmaken van aanvullende vormen van onderwijs door bijvoorbeeld huiswerkinstituten, die de afgelopen jaren sterk gegroeid zijn.)
  • In reactie op de prestaties van Nederlandse leerlingen in internationale peilingen is er meer nadruk gekomen op het belang van taal en rekenen als onderdeel van de kwalificerende functie van het onderwijs. Daarnaast is aandacht voor de socialiserende functie van het onderwijs van belang; de aandacht voor burgerschap is nog steeds onderontwikkeld in het onderwijs.
  • Allochtone Nederlandse leerlingen presteren relatief goed in vergelijking met hun leeftijdgenoten in België en Duitsland. Toch hebben allochtone Nederlandse leerlingen nog steeds een forse achterstand op autochtone leerlingen. Vooral de uitval onder allochtone Nederlandse studenten is op dit moment nog erg groot.
  • De lijn van autonomievergroting in het onderwijs is de afgelopen jaren doorgezet. Bij deze autonomievergroting past ook de grote keuzevrijheid die er in het Nederlands onderwijs van oudsher bestaat. De overheid stelt op wel op steeds meer gebieden de centrale randvoorwaarden vast, maar heeft door de autonomievergroting, toch minder manieren om richting te geven dan voorheen.
  • De publieke uitgaven aan onderwijs zijn internationaal nog steeds relatief laag en ook de private inbreng is te bescheiden. Het totaal aan bestedingen voor het onderwijs kan gezien de opbrengsten (individueel en maatschappelijk) hoger, zowel publiek als privaat.
  • De ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben aanleiding gegeven tot een behoorlijk opgelaaide discussie over onderwijs (o.a. commissie-Dijsselbloem). Positief is dat door de discussie over onderwijs, veel meer mensen op de hoogte zijn van wat jongeren leren op school. De belangstelling van de samenleving voor het onderwijs is momenteel dus wel groot, maar wordt deels bepaald door een negatieve beeldvorming.

In de ogen van de raad zou het goed zijn als er een nieuwe maatschappelijke identificatie met onderwijs ontstaat. Zorgen voor goed onderwijs wordt dan meer dan nu een verantwoordelijkheid van alle burgers. Ten aanzien van het oppakken van de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor onderwijs heeft de raad vijf aanbevelingen geformuleerd:

Continue reading

Leraar24 officieel van start

Op de NOT heeft Minister Plasterk afgelopen week het officiële startschot gegeven voor www.Leraar24.nl, een nieuw online platform voor de verdere professionalisering van leraren. Vanaf nu kunnen leraren (po, vo en mbo) zich op elk moment van de dag kosteloos en efficiënt online verder informeren over vraagstukken rondom het vak leraar. (Inloggen is niet nodig.) De organisaties achter Leraar24 (Kennisnet, Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit, SBL en Teleac/NOT) leveren alle vier vanuit hun eigen expertise en ervaring een bijdrage aan het platform. Dit moet in combinatie met de inbreng vanuit de eerder genoemde Lerarenraad zorgen voor kwalitatieve en betrouwbare informatie.

"Leraar24 is als het ware een online gereedschapskist voor leraren, vol praktische oplossingen en voorbeelden die zij direct in hun dagelijkse onderwijs kunnen toepassen. Het platform biedt informatie rondom talloze onderwerpen die aansluiten bij het beroep van leraar. Op www.leraar24.nl is elk thema uitgewerkt in informatieve video’s die verder worden aangevuld met verdiepende informatie tot een rijk dossier. Leraar24 wordt grotendeels gemaakt door leraren. Een onafhankelijke Lerarenraad met leraren uit verschillende sectoren bepaalt de thema’s van het platform en leraren werken mee aan de productie van de inhoud."

Minister Plasterk hoopt dat "door dit soort initiatieven het mooie beroep van leraar nog interessanter wordt, want dit is een middel waar je zelf een actieve rol in kunt spelen." Die actieve rol bestaat zoals ik op het eerste ogenblik kan zien op de website, uit het doen van suggesties voor onderwerpen, eventueel eigen materiaal sturen (video) of deelname aan lerarenpanel. Dit alles via een mailbericht; niet echt van deze tijd dus. Er staat ook steeds bij; ‘Laat het ons weten en wij nemen contact met u op’. Ik weet niet of dit nu zo’n activerende manier is? Alles moet dus eerst gescreend worden door het team achter de website. Ik dacht ook eigenlijk dat Leraar24 meer een wiki-achtige omgeving zou worden. Heeft men dan toch niet zoveel vertrouwen in onze docenten en hun zelf-corrigerend vermogen?

Zoals ik nu heb gezien wordt er ook nog niet veel op ICTO gebied gedaan (ik vond slechts 3 video’s en 4 dossiers over o.a. mediawijsheid, multimedia en digitaal schoolbord). Maar wellicht dat hier nog aanvulling op komt als docenten ‘actief’ gaan bijdragen?

Het succes van samenwerkend en onderzoeksgericht leren bewezen

Via een bericht van Wilfred Rubens, vond ik het artikel Powerful Learning: Studies Show Deep Understanding Derives from Collaborative Methods. Het artikel geeft een samenvatting van diverse studies die bewijs leveren dat samenwerkend en onderzoeksgericht leren zorgen voor een diepere vorm van leren. (Het artikel is geschreven door Brigid Barron en Linda Darling-Hammond nav een recent uitgebracht boek; Powerful Learning: What We Know About Teaching for Understanding, The George Lucas Educational Foundation).

Het artikel behandelt drie vormen van onderzoeksgericht leren:

  • Project based learning: Project learning involves completing complex tasks that result in a realistic product or presentation to an audience.
  • Problem based learning: Problem-based-learning approaches are a close cousin of project learning, in which students use complex problems and cases to actively build their knowledge.
  • Design bases instruction: Design-based instruction is based on the premise that children learn deeply when they create products that require understanding and application of knowledge. Design activity involves stages of revisions as students create, assess, and redesign their products. The work often requires collaboration and specific roles for individual students, enabling them to become experts in a particular area.

Continue reading

© 2011 TU Delft